Meestal is zowel de deutsche Gründlichkeit alsook de Franse slag ver te zoeken in de weekendse opruim- en schoonmaaksessies van mijn vriend en mij. Vooral als er visite komt en er haastig wordt toegewerkt naar een naar bloemen geurende etage zonder stapels papier op stoelen. Er is geen tijd om onszelf te veranderen in twee Trusen de mier, maar voor sloddervossen kunnen en willen we ook niet doorgaan.
Hoe gejaagd we ons soms ook kunnen voelen tijdens het ordenen, poetsen, stoffen en stofzuigen, er wordt altijd ontspannen gezongen. Zo nu en dan ook door mij, maar met zekerheid door M.
Eereergisteren sopte ik nog vrolijk door, terwijl M zijn jas aantrok en zijn rugtas pakte om naar de AppieHappie te gaan voor vijfpersoonsboodschappen. Ik zag zijn hoofd meerdere keren van rechts naar links en terug gaan. Een lied weerklonk. Het was het zoveelste van die ochtend, maar anders dan de andere had het geen hard-aan-de-slagritme…
“O sleutel, oei sleutel,
ik zoek je overal.
Waar ben je toch gebleven?
Ga niet bij me weg.
Elders in de wereld
gaat geen deur voor je open….”
Het beeld van een langs dichte deuren dwalende Jozef, een dikbuikige Maria op een ezel en een immens grote huissleutel duikt op. Vier poten en twee benen sjokken voort, één zilverkleurige baard hupt vermoeid mee (onze sleutel is geen loper). Teleurgesteld en afgepeigerd hangen twee hoofden en een dierenkop naar beneden; alleen op het stalen gezicht zie ik geen emoties, maar des te dieper voel ik ze. Voor ik het weet roep ik, hoogst verontwaardigd, vanuit de treurige traagte tegen M:
“Ooh hoo, dat is zielig, dat kun je toch niet zomaar zeggen!”
Beiden vallen we stil. Diep en langzaam denk ik na. Heb ik nou zojuist daadwerkelijk gedacht dat het gemeen is om tot onze voordeursleutel te zingen dat hij enkel op onze deur past en alleen bij ons huis hoort?
M en ik kijken elkaar aan en beginnen hard te lachen.
Och och, je kunt ook een te groot rechtvaardigheidsgevoel hebben… en te moe zijn om een feit als feit te herkennen!
dinsdag 30 maart 2010
woensdag 24 maart 2010
Over hobby’s en het werkwoord mogen
In een al niet meer zo recent verleden was Hans Teeuwen tafelheer bij De wereld draait door. Zijn aan iedere gast gestelde vraag was het in de Lingocontext verwachte, maar hier bij Matthijs van Nieuwkerk verrassende en bovenal melige: “Heeft u ook hobby’s?”.
Ik denk dat Teeuwen hoopte op een: “Ik mag graag breien. Breien geeft mij een stukje ontspanning, ziet u? En het scheelt ook een aardig centje in de portemonnee. Al is de wol vandaag de dag niet goedkoop, dat moet gezegd.” Waarop Matthijs vervolgens vlug “Waarvan akte” zou antwoorden.
Wijdverbreid
is het “ik mag graag X-en”.
Toch blijf ik het wat knullig vinden klinken.
Zelfs na mijn pennenproef van vandaag met Ikmag’kmagIkmagikmag verwacht ik ‘mogen’ nog altijd vooral te gebruiken als het gaat om ‘toegestaan / wenselijk / nodig zijn’ of als variant op ‘reden hebben tot’. En ja, heus rolt er dan ook wel eens een “Sinterklaas? Ik mag ’m wel” uit. Echter,
verder ga ik niet, want…
ik mag nu eenmaal niet graag “ik mag graag ‘ik mag graag’ zeggen” zeggen.

mijn pennenproef
Ik denk dat Teeuwen hoopte op een: “Ik mag graag breien. Breien geeft mij een stukje ontspanning, ziet u? En het scheelt ook een aardig centje in de portemonnee. Al is de wol vandaag de dag niet goedkoop, dat moet gezegd.” Waarop Matthijs vervolgens vlug “Waarvan akte” zou antwoorden.
Wijdverbreid
is het “ik mag graag X-en”.
Toch blijf ik het wat knullig vinden klinken.
Zelfs na mijn pennenproef van vandaag met Ikmag’kmagIkmagikmag verwacht ik ‘mogen’ nog altijd vooral te gebruiken als het gaat om ‘toegestaan / wenselijk / nodig zijn’ of als variant op ‘reden hebben tot’. En ja, heus rolt er dan ook wel eens een “Sinterklaas? Ik mag ’m wel” uit. Echter,
verder ga ik niet, want…
ik mag nu eenmaal niet graag “ik mag graag ‘ik mag graag’ zeggen” zeggen.

mijn pennenproef
Abonneren op:
Posts (Atom)